Op Prinsjesdag is het Belastingplan 2012 bekendgemaakt, waarvan het Vitaliteitspakket deel uitmaakt. Dat heeft niets met onze gezondheid te maken, maar alles met fiscaal voordelig sparen door werknemers en zelfstandigen en met langer doorwerken door ouderen.
Al te dol moet het ook weer niet worden. Daarom worden de spaarloonregeling en de levensloopregeling in 2012 afgeschaft.
De spaarloonregeling is een populaire regeling die geen toelichting behoeft. De levensloopregeling die in 2006 is ingevoerd, is minder bekend. Zij maakt het voor werknemers (waaronder directeuren-grootaandeelhouders) mogelijk om fiscaal voordelig te sparen voor diverse vormen van verlof. De jaarlijkse inleg is maximaal 12% van het belastbare loon. Er kan maximaal 210% van het jaarloon worden gespaard.
Voor deze regelingen komt in 2013 één nieuwe regeling in de plaats: ‘vitaliteitssparen’. Vitaliteitssparen biedt deelnemers de mogelijkheid fiscaal voordelig te sparen en is toegankelijk voor zowel werknemers als zelfstandigen. Doel van de regeling is werkenden beter in staat te stellen naar eigen inzicht hun inkomen over hun arbeidzame leven te spreiden. De regeling kent – verrassend – geen beperkt aantal voorgeschreven opnamedoelen, zoals de levensloopregeling en de spaarloonregeling wel kenden. De stortingen in vitaliteitssparen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1, net als premies voor een lijfrente. Er wordt pas belasting geheven bij opname van het tegoed. De belasting wordt geheven bij de deelnemer, de werkgever wordt hier niet meer mee opgezadeld. Het opgebouwde tegoed binnen de vitaliteitsspaarregeling is onbelast in box 3. Het maximale fiscaal gefaciliteerd op te bouwen vermogen bedraagt € 20.000, de maximuminleg is € 5.000 per jaar. Na het bereiken van de 62-jarige leeftijd mag maximaal € 10.000 per jaar worden opgenomen. Wie jonger is dan 62 jaar, kan het tegoed onbeperkt opnemen. Het tegoed dient vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar te zijn opgenomen.
De nieuwe regeling lijkt vooral aantrekkelijk voor werkenden die tijdens hun actieve periode een deel van hun inkomen kunnen missen. Zij krijgen bij de inleg een bruto belastingvoordeel van maximaal 52%. Het voordeel bestaat uit een tariefsverschil, namelijk als de latere opname tegen een lager tarief wordt belast. Als dat lagere tarief 42% is, is bij inleg van € 20.000 het voordeel € 2.000.
Op de hoogte blijven van fiscale ontwikkelingen? Lees onze columns of neem direct contact op met een adviseur van een vestiging bij u in de buurt.