An independent member of

logoFull Created with Sketch.

Zoeken op

Zoeken op

Alles

30 maart, 2021

Advieswijzer Voordelen loonkosten 2021

Als werkgever heb je voor bepaalde groepen werknemers onder voorwaarden recht op een tegemoetkoming in de loonkosten. Dit is vastgelegd in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). De tegemoetkoming bestaat uit een vast bedrag per verloond uur met een vast maximaal bedrag per jaar. Er zijn twee vormen: de loonkostenvoordelen en de lage-inkomensvoordelen.

Heb je vragen of wil je persoonlijk advies? Neem dan gerust contact op met onze loonheffingenspecialisten Jochem van de Berg en Ingrid Boink. Wij staan voor je klaar.

Meer artikelen
MKB branchescan

1. Loonkostenvoordelen

Om voor loonkostenvoordelen (LKV) in aanmerking te komen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moet de werknemer verzekerd zijn voor werknemersverzekeringen en mag de AOW-leeftijd nog niet zijn bereikt.  Per LKV moet een doelgroepverklaring worden aangevraagd.

Er zijn vier soorten LKV, voor:

  1. oudere werknemers (56 plus)
  2. arbeidsgehandicapte werknemers
  3. doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
  4. herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

Tip! Per loonkostenvoordeel verschillen de voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen. Neem voor de exacte voorwaarden contact op met onze adviseurs. Houd er rekening mee dat je voor een medewerker uiteindelijk maar recht heeft op een soort LKV ook al voldoet de werknemer aan de voorwaarden voor meerdere.

Je hebt recht op een LKV vanaf het moment dat de werknemer bij jou in dienst komt, voor maximaal drie jaar, maar uiterlijk tot de werknemer de AOW-leeftijd bereikt. Voor het LKV voor het herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer in jouw eigen onderneming geldt maximaal één jaar.

Loonkostenvoordeel  Bedrag per verloond uur  Maximumbedrag per jaar 
Oudere werknemer € 3,05 € 6.000,-
Arbeidsgehandicapte werknemer € 3,05 € 6.000,-
Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden € 1,01 € 2.000,-
Herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer € 3,05 € 6.000,-

Hoe vraag je het LKV aan?

Je vraagt het loonkostenvoordeel aan in jouw aangifte loonheffingen, door de indicatie voor het LKV aan te zetten. Zonder deze indicatie ontvang je geen LKV. De aanvraag kun je doen, zodra je een doelgroepverklaring van jouw werknemer hebt. In de doelgroepverklaring staat voor welk loonkostenvoordeel de verklaring is afgegeven en de voorwaarden waaraan jouw werknemer voldoet. De doelgroepverklaring vraagt jouw werknemer aan bij het UWV of, wanneer jouw werknemer 56 jaar of ouder is en/of een uitkering van de gemeente ontvangt, bij de gemeente. Deze wordt alleen verstrekt aan de werknemer, tenzij deze je gemachtigd hebt om de verklaring aan te vragen en te ontvangen.

Let op! De doelgroepverklaring moet tijdig aangevraagd worden, namelijk binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Als de aanvraag te laat binnen is, krijgt jouw werknemer geen doelgroepverklaring meer en kun je geen aanspraak maken op het LKV.

Tip! De periode van drie maanden waarbinnen de aanvraag gedaan moet worden is in praktijk best kort. Zorg dat je tijdig start met de machtiging van jouw werknemer om de verklaring aan te vragen om zo onnodige vertraging te voorkomen

2. Lage-inkomensvoordeel

Om in aanmerking te komen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

Voor de vaststelling van het totale jaarloon tellen veel vergoedingen mee. Bijzondere toeslagen voor bijvoorbeeld overwerk zullen dus van invloed zijn op het gemiddelde uurloon, waardoor er mogelijk geen recht bestaat op het LIV.

Tip! Eindheffingsbestanddelen tellen niet mee voor de vaststelling van het jaarloon. Dit betekent dat vergoedingen en verstrekkingen die je onderbrengt in jouw vrije ruimte voor de werkkostenregeling, niet van invloed zijn op het recht op het LIV.

Bedragen LIV voor 2021

Het LIV bestaat uit een vast bedrag per verloond uur. De bedragen voor 2021 zijn:

Gemiddeld uurloon  LIV per werknemer per verloond uur  Maximale LIV Per werknemer per jaar
(bij een 40-urige werkweek) 
€ 10,48 – € 13,12 € 0,49 € 960

De voorwaarde van 1.248 verloonde uren per kalenderjaar geldt ook als de werknemer in de loop van het jaar bij jou in dienst komt. De 1.248 uren worden dan niet evenredig verminderd. Medewerkers moeten dus minimaal 7,5 maanden full time bij jou gewerkt hebben in een kalenderjaar om in aanmerking te komen voor het LIV.

Hoe vraag je het LIV aan?

Je hoeft het LIV niet aan te vragen. Het UWV bepaalt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers je er recht op hebt. Het is erg belangrijk dat je het aantal verloonde uren in jouw loonaangifte dus goed invult.

Let op! Het LKV en het LIV kunnen niet met elkaar cumuleren. Heb je al een LKV voor een werknemer dan kun je niet beiden ontvangen De Belastingdienst zal alleen het hoogste voordeel aan jou uitbetalen.

Jeugd-LIV

Het jeugd-LIV compenseert de stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon per 1 juli 2017 en 1 juli 2019. Voor het jeugd-LIV geldt dat de werknemer verzekerd moet zijn voor werknemersverzekeringen en op 31 december 2020 de leeftijd van 18, 19 of 20 jaar heeft. Verder moet de werknemer een gemiddeld uurloon hebben dat hoort bij het wettelijke minimumloon voor zijn leeftijd. Voor het Jeugd-LIV telt de voorwaarde van 1.248 verloonde uren niet en dit kan wel cumuleren met het LKV.

Bedragen jeugd-Liv voor 2021

Het jeugd-LIV bestaat ook uit een vast bedrag per verloond uur Deze zijn als volgt:

Leeftijd op 31 december 2020  Bedrag per werknemer per verloond uur in 2021  Maximaal bedrag per werknemer in 2021
18 € 0,07 € 135,20
19 € 0,07 € 166,40
20 € 0,30 € 613,60

De uurloongrenzen voor het jaar 2021 moeten nog worden vastgesteld. Dit zal gebeuren zodra het wettelijk minimumloon per 1 juli 2021 is gepubliceerd.

Hoe vraagt u het jeugd-LIV aan?

Ook het jeugd-LIV hoef je niet aan te vragen. Het UWV bepaalt ook hierbij op basis van de polisadministratie voor welke werknemers je er recht op hebt.

Uitbetaling LKV, LIV en jeugd LIV

Je krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening van de loonkostenvoordelen en lage inkomensvoordelen waar je voor jouw werknemers over het voorgaande jaar recht op hebt. De berekening is gebaseerd op de aangiften en correcties over het voorgaande jaar die je tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar hebt gedaan. Je kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening van jouw voordelen. De definitieve berekening van jouw voordelen ontvang je vóór 1 augustus van de Belastingdienst, op basis van de berekening van het UWV. Uiterlijk binnen 6 weken na de definitieve berekening wordt de tegemoetkoming door de Belastingdienst op jouw rekening gestort.

Tip! Om de betaling van jouw loonkostenvoordeel te bespoedigen is het noodzakelijk dat jouw bankrekeningnummer bij de Belastingdienst bekend is. Controleer dit van te voren eerder kan de Belastingdienst niet tot uitbetaling over gaan.

Let op! Als je de voorlopige berekeningen voor LKV en (jeugd-)LIV niet hebt ontvangen vóór 1 maart, terwijl je er wel recht op hebt, is dit nog tot en met 1 mei te repareren. Dat doe je door een correctie over het voorafgaande jaar in te sturen.

3. Bijzondere tegemoetkoming voor werknemers met een arbeidsbeperking

Naast voorgaande tegemoetkomingen in de loonkosten zijn er nog twee vormen die voor werknemers met een arbeidsbeperking gelden, namelijk loonkostensubsidie en loondispensatie.

Bij deze twee vormen betaal je alleen voor de werkelijke arbeidsproductiviteit.

Loonkostensubsidie

Je kunt in aanmerking komen voor loonkostensubsidie voor werknemers met een arbeidsbeperking, die niet in staat zijn om met voltijds werken 100% van het wettelijk minimumloon te verdienen (en die onder de gemeentelijke doelgroep Participatiewet vallen). Deze subsidie wordt uitgekeerd door de gemeente waar de werknemer woont. Daar kun je ook de aanvraag indienen. Middels een loonwaardebepaling wordt de productiviteit van de werknemer vastgesteld en op basis daarvan wordt de hoogte van de loonkostensubsidie bepaald. Deze is ten hoogste 70% van het wettelijk minimumloon. Zodra de loonwaarde van de werknemer gelijk is aan het wettelijk minimumloon, stopt de loonkostensubsidie.

Loondispensatie

Voor mensen met een arbeidsbeperking en een Wajong-uitkering kun je loondispensatie aanvragen bij het UWV. Je vraagt het UWV toestemming om minder dan het wettelijk minimumloon uit te betalen. Dit doe je door het invullen van het formulier Aanvraag loondispensatie Wajong.

Een arbeidsdeskundige van het UWV beoordeelt of de werknemer minder presteert door zijn ziekte of handicap, en bepaalt dan welk percentage van het wettelijk minimumloon je aan de werknemer moet betalen. De werknemer krijgt van het UWV een aanvulling op het salaris.

Loondispensatie ontvang je minimaal een half jaar en maximaal vijf jaar, maar het is mogelijk om een verlenging aan te vragen.

Heb je vragen of wil je persoonlijk advies? Neem dan gerust contact op met onze loonheffingenspecialisten Jochem van de Berg en Ingrid Boink. Wij staan voor je klaar.