Afschaffing van de verloning in vaksectoren voor uitzendbedrijven

Op de valreep heeft minister Lodewijk Asscher voor de uitzendsector nog een wijziging aangebracht in de regeling die ziet op de indeling in verschillende sectoren.

Voorheen was het voor uitzendbedrijven, onder bepaalde omstandigheden, mogelijk om via een escape in een vaksector ingedeeld te worden. Zo moest er gewerkt worden via een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding. Daarnaast moesten de werkzaamheden van de werknemers sec functioneel bezien toe te rekenen zijn aan één vaksector. Vervolgens kon het uitzendbedrijf (met terugwerkende kracht) in de vaksector ingedeeld worden. Dit resulteerde vaak in een aanzienlijke daling van de werkgeverslasten en in sommige gevallen een behoorlijke teruggave van de sectorale premie en de gedifferentieerde premie werkhervattingskas (Whk) uit voorgaande jaren. De uitzendsector is namelijk één van de duurste sectoren. De sectorindeling heeft naast de sectorpremie ook invloed op de gedifferentieerde premie Whk.

Asscher geeft aan dat de reden om de zogenoemde vaksectorverloning definitief af te schaffen, is gelegen in de verhoging van de premies voor de niet-uitzendbedrijven in de vaksectoren. De praktijk wees uit dat ook uitzendbedrijven die in de vaksectoren werden ingedeeld veelal zorgde voor hogere sectorale lasten voor de Werkloosheidswet (WW) en Ziektewet (ZW). De escapebepaling van sector 52 had deze verhoging in lasten juist niet als doel. De sectorindeling is juist bedoeld om de veroorzaker van de lasten, deze lasten in principe ook zoveel mogelijk te laten dragen. Asscher heeft daarom de conclusie getrokken dat de escapebepaling niet werkt zoals is beoogd.

De afschaffing van de mogelijkheid om als uitzendbedrijf ingedeeld te worden in een vaksector is met ingang vanaf 25 mei 2017. Nieuwe uitzendbedrijven of uitzendbedrijven die nog geen verzoek hadden ingediend kunnen dus geen gebruik meer maken van de oude regeling. Verzoeken die zijn ingediend vóór 25 mei 2017 worden nog beoordeeld volgens de oude regeling. Uitzendbedrijven die momenteel in een vaksector zijn ingedeeld blijven daar vooralsnog.

Er gaan ook geluiden op dat per 1 januari 2019 de vaksectorverloning in zijn geheel zal worden afgeschaft voor uitzendbedrijven. Dit betekent dat uitzendbedrijven die momenteel nog in een vaksector zitten per 1 januari 2019 in sector 52 ingedeeld zullen worden. Het feit dat er nu een scheiding ontstaat tussen nieuwe uitzendbedrijven die (fors) hogere werkgeverslasten hebben, omdat ze zijn ingedeeld in sector 52, en vaksectorverloners, zal op dit moment marktverstorend gaan werken.

Gehele afschaffing zal er voor zorgen dat het speelveld weer gelijk(er) wordt. De concurrentie op basis van de kostprijs zal niet meer zo eenvoudig zijn als het ingedeeld worden in een vaksector die premietechnisch aantrekkelijk is. Met name het verzuimbeleid, de kwaliteit van de werknemers en de dienstverlening van het uitzendbureau zal het onderscheid moeten gaan maken.

Voor uitzendbedrijven is het van belang om nu een plan van aanpak te gaan bedenken. Met name op het gebied van verzuim kunnen nu nog de juiste maatregelen worden getroffen om vanaf 1 januari 2019 er klaar voor te zijn. Voor de werkhervattingskas geldt namelijk voor middelgrote en grote werkgevers voor de vaststelling van de premie Whk van 2019 de zogenoemde t-2. Alle (ex-)werknemers die in 2017 als instroom zijn toe te rekenen aan de werkgever zullen doorwerken in de vaststelling van de hoogte van de premie Whk in 2019 en eventueel in de jaren daarna.

Actie is dus vereist!

Mocht u nog vragen hebben of nader advies behoeven, neemt u dan contact op met een adviseur van de Adviesgroep Personeel & Salaris.

 

Zoek dichtstbijzijnde locatie

Vul uw plaats of postcode in om de dichtstbijzijnde locatie te vinden.