Arbeidsrecht

Knelpunten arbeidsmarkt, overheid komt met nieuwe voorstellen!
Het kabinet heeft op 21 april 2016 voorstellen over de onderstaande onderwerpen aan de Tweede Kamer gezonden:
• Aanpassingen minimumjeugdloon
• Aanpassingen van de Wet werk en zekerheid (WWZ) betreffende:
- de ketenbepaling bij seizoenswerk;
- een compensatieregeling voor de werkgever die de transitievergoeding aan zijn langdurig zieke werknemer verschuldigd is;
- het verschuldigd zijn van de transitievergoeding bij bedrijfseconomisch ontslag in elatie tot een CAO regeling.

Minimumjeugdloon
Het minimumloon voor jongeren moet volgens het kabinet omhoog. Het huidige stelsel van het minimumjeugdloon past in deze visie niet meer bij de arbeidsmarkt- en inkomenspositie van werkende jongeren en is evenmin nog passend in internationaal perspectief. De komende jaren zal het minimumjeugdloon daarom in stappen omhoog gaan, zodat jongeren twee jaar eerder dan nu, vanaf 21 jaar het minimumloon gaan verdienen.

Het loon van jongeren van 18, 19 en 20 jaar zal ook omhoog gaan om het risico op leeftijdselectie te beperken bij het aannemen van personeel. Daarnaast wordt de stukloonbepaling gewijzigd. Betaling op basis van stukloon blijft mogelijk, maar werknemers gaan ten minste het minimumloon verdienen.

WWZ
Werkgevers en werknemers zullen de mogelijkheid krijgen om voor seizoensgebonden werk bij CAO een uitzondering op de WWZ te maken. Voor werknemers die vanwege natuurlijke of klimatologische omstandigheden maximaal negen maanden per jaar aan het werk kunnen, mag de tussenpoos in deze ketenbepaling bij CAO ten hoogste drie maanden worden gesteld in plaats van de wettelijke zes.

Werknemers die langdurig ziek zijn, houden recht op een transitievergoeding maar hun werkgever wordt gecompenseerd uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Hier zal een verhoging van de (uniforme) premie tegenover staan.

Verbod op inhoudingen WML
Op 1 januari 2016 is de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) ingegaan. Onderdeel daarvan was een verbod op inhoudingen op het wettelijk minimumloon (WML). Voordat de wet inging had Minister van Sociale Zaken, Lodewijk Asscher, al bepaald dat dit verbod pas zou ingaan op 1 juli 2016. Op 21 april 2016 heeft Asscher bepaald dat het verbod nog een half jaar wordt uitgesteld.

Vanaf 1 januari 2017 zal het dus pas verboden zijn om vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen in te houden op het deel van het loon dat niet boven het WML uitkomt. Dit verbod geldt dus niet voor het deel dat het loon van een werknemer hoger is dan het voor hem geldende WML.

Niet alle inhoudingen op het brutosalaris zijn ná 31 december 2016 verboden. Volgens de WAS mogen pensioenpremies en premies voor bepaalde fondsen en spaarregelingen ook ná die datum ingehouden blijven worden. Op 21 april 2016 heeft Asscher de lijst uitgebreid met kosten voor de zorgverzekering en huisvestingskosten. Hieraan zullen zeker voorwaarden worden verbonden.

Voor arbeidsbeperkte werknemers zullen meer uitzonderingen worden gemaakt op het verbod op inhoudingen. Het gaat hier om kosten voor nutsvoorzieningen en gemeentelijke en waterschapsbelastingen. Waar voor de overige uitzonderingen eventueel nog maximumbedragen of –percentages (gaan) gelden, is dat voor deze inhoudingen niet het geval. Hiermee probeert Asscher de arbeidsbeperkte werknemers te beschermen. Doordat de werkgever de belangrijkste vaste lasten voor hen betaalt, wordt voorkomen dat zij in de schuldhulpverlening of schuldsanering terecht komen.

Bovenstaande moet nog in een besluit worden vastgelegd. Pas als deze wordt gepubliceerd zullen de details duidelijk zijn. Het uitstel van het verbod tot 1 januari 2017 is echter wel al zeker.

Dagloonbesluit in strijd met loondervingsprincipe
Recent heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een uitspraak (ECLI:NL:RBOBR:2016:1181) geoordeeld dat de toepassing van het dagloonbesluit WW in strijd is met het loondervings- en verzekeringsprincipe. In het onderhavige geval had het UWV geoordeeld dat voor een werknemer die in het refertejaar slechts 8,5 maand had gewerkt het dagloon moest worden berekend over het hele kalenderjaar. Conform het nieuwe dagloonbesluit was deze berekeningssystematiek juist.

De rechtbank kwam toch tot dit oordeel, mede ondersteund door de brief van Asscher van 27 november 2015 waarin hij aantoonde dat hij deze systematiek zal wijzigen. De minister geeft in deze brief echter aan de dagloonsystematiek pas per 1 januari 2017 te zullen wijzigen. De rechtbank is van oordeel dat de toepassing van de dagloonberekening niet mag leiden tot een resultaat dat in strijd is met het principe dat het dagloon een redelijke weerspiegeling van het welvaartsniveau van betrokkene voor het intreden van het werkloosheidsrisico moet zijn (Lees: een weerspiegeling van het loon voor werkloosheid).

Deze uitspraak is van groot belang voor werknemers die werken in een seizoenspatroon en daardoor vrijwel nooit het volledige refertejaar hebben gewerkt, temeer omdat niet duidelijk is of de toezegging van Asscher de dagloonsystematiek per 1 januari 2017 te zullen wijzigen ook terugwerkende kracht zal hebben.

Zoek dichtstbijzijnde locatie

Vul uw plaats of postcode in om de dichtstbijzijnde locatie te vinden.