De werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) is vanaf dit jaar voor iedere werkgever verplicht. De WKR is een nieuw systeem voor alle vergoedingen en verstrekkingen in de loonsfeer. Uitgangspunt is dat alles wat u aan uw werknemer verstrekt of vergoedt voor zijn dienstbetrekking, loon is. Er zijn echter uitzonderingen. Zo vallen vrijgestelde aanspraken, zoals pensioenaanspraken en vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen (bijvoorbeeld een eenmalige uitkering bij overlijden), niet onder de WKR. Datzelfde geldt voor intermediaire kosten (dit zijn kosten die uw werknemer voorschiet en daarna van u vergoed krijgt). Ook verstrekkingen waarvoor uw werknemer een eigen bijdrage van ten minste de (factuur)waarde betaalt, vallen niet onder de WKR, evenals producten uit het bedrijf van de werkgever, mits de werknemer hiervoor de consumentenprijs betaalt.

Binnen de WKR mag u vanaf 2015 maximaal 1,2% van het totale fiscale loon (kolom 14 van de loonstaat) besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor uw personeel. Dit wordt de 'vrije ruimte' genoemd. U betaalt geen loonbelasting over het bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen dat binnen de vrije ruimte valt. Over het meerdere (het bedrag boven de vrije ruimte) betaalt u wél loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Dit is een werkgeverslast. U hoeft hierover geen premies volks- en werknemersverzekeringen te betalen en evenmin een werkgeversheffing Zvw of een inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.

Keuzemogelijkheid
Wilt u de last van 80% eindheffing niet dragen, dan heeft u de mogelijkheid – mits de arbeidsvoorwaarden dit toestaan – om vergoedingen en verstrekkingen aan te wijzen als werknemersloon. Deze worden dan regulier verloond. U moet deze keuze wel maken voordat u een vergoeding of verstrekking toekent aan uw werknemer en u kunt niet meer op uw keuze terugkomen, behalve als er echt sprake is van een fout. De keuze kan ook gedeeltelijk gemaakt worden. Stel u geeft uw werknemer een km-vergoeding van € 0,29. Onbelast mag u maar € 0,19 p/km geven. U geeft dus € 0,10 p/km te veel. Hiervan kunt u bijvoorbeeld € 0,05 p/km onder de WKR laten vallen en kunt u € 0,05 p/km tot het werknemersloon rekenen. Sommige onderdelen zijn verplicht werknemersloon. Zo horen de auto van de zaak, de dienstwoning en (verkeers)boetes altijd tot het loon van de werknemer.

Parkeren
Een voorbeeld van een kostenpost die onder de WKR aanzienlijk nadeliger kan uitpakken is: parkeerkosten. Deze kosten worden namelijk alleen op nihil gewaardeerd als de parkeerplaats als werkplek kwalificeert. Dat is het geval als u als werkgever arboverantwoordelijkheid hebt voor deze parkeerruimte. U bent bijvoorbeeld verantwoordelijk voor goede verlichting, het sneeuwvrij maken van de parkeerruimte en de beveiliging.

Als de parkeerplaats niet als werkplek kwalificeert (bijvoorbeeld omdat de werkgever parkeerplaatsen huurt in een parkeergarage), zal het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van deze parkeerruimte belast loon voor de werknemer vormen (tenzij de vrije ruimte nog kan worden benut). Dit geldt althans als de werknemer voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van zijn eigen auto. Als hij een auto van de zaak heeft, komen alle autokosten (waaronder parkeerkosten bij het werk) voor rekening van de werkgever.

Zoek dichtstbijzijnde locatie

Vul uw plaats of postcode in om de dichtstbijzijnde locatie te vinden.