An independent member of

logoFull Created with Sketch.

Zoeken op

Zoeken op

Alles

28 oktober, 2020

Eigenbouwer instellingen zorg en onderwijs

Recentelijk heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld dat een zorginstelling met een eigen vastgoedbedrijf ten onrechte door de Belastingdienst aansprakelijk is gesteld voor een onbetaald gebleven aanslag loonbelasting die was opgelegd aan een door de zorginstelling ingehuurde schoonmaakorganisatie.

Meer artikelen
zorg dokter

Zorginstelling

Een zorginstelling met ongeveer 500 locaties in Nederland heeft een eigen vastgoedbedrijf. De zorginstelling heeft gebruik gemaakt van de schoonmaakdiensten van een extern bedrijf. Dit bedrijf voert de schoonmaakdiensten geheel zelfstandig uit en kan de duur en het tijdstip van de diensten geheel zelfstandig naar eigen inzicht invullen. Het schoonmaakbedrijf is failliet gegaan. De inspecteur legt aan het schoonmaakbedrijf een naheffingsaanslag voor de loonbelasting op. Deze wordt niet betaald waarop de Belastingdienst de zorginstelling aansprakelijk stelt voor de naheffingsaanslag. De ontvanger van de Belastingdienst is namelijk van mening dat de zorginstelling als eigenbouwer moet worden aangemerkt en uit dien hoofde aansprakelijk is voor de niet betaalde aanslag loonbelasting die was opgelegd aan het schoonmaakbedrijf.

Een eigenbouwer brengt een werk van stoffelijke aard tot stand zonder daartoe een opdracht te hebben ontvangen van een opdrachtgever. Een ondernemer/instelling kwalificeert als eigenbouwer, indien hij met betrekking tot het uitbestede werk zodanig veel ervaring en kennis in huis heeft, dat hij feitelijk optreedt als aannemer die een deel van het werk uitbesteedt. Belangrijk is dat een opdrachtgever niet wordt aangemerkt als een eigenbouwer wanneer  de betreffende werkzaamheden niet tot zijn normale bedrijfsuitvoering behoren. In deze zaak wordt door de inspecteur gesteld dat de schoonmaakwerkzaamheden een essentieel onderdeel vormen van de normale bedrijfsuitvoering van de zorginstelling. Dit blijkt in zijn beleving onder meer uit het feit dat de zorginstelling gebruik maakt van een intern eigen vastgoedbedrijf en zelf ook schoonmakers in dienst heeft.
Als eigenbouwer kan een ondernemer/instelling op grond van de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKA) aansprakelijk worden gesteld voor de door een onderaannemer onbetaald gebleven  loonbelasting. Omdat beargumenteerd kan worden dat de schoonmaakwerkzaamheden een essentieel onderdeel vormen van de bedrijfsuitvoering van de zorginstelling en de schoonmaakwerkzaamheden kwalificeren als een werk van stoffelijke aard, is de inspecteur daarom van mening dat de ten behoeve van de zorginstelling uitgevoerde schoonmaakwerkzaamheden kwalificeren als werkzaamheden die door het schoonmaakbedrijf in onderaanneming zijn verricht.

De Rechtbank oordeelt evenwel anders en komt tot de conclusie dat de Belastingdienst haar standpunt onvoldoende heeft onderbouwd. Uit de door de Belastingdienst verstrekte informatie blijkt niet duidelijk wat de werkzaamheden precies waren , waar zij werden verricht en hoe en door wie zij werden verricht. Daarom is de zorginstelling volgens de Rechtbank ten onrechte aansprakelijk is gesteld voor de door het schoonmaakbedrijf onbetaald gebleven loonbelasting. De Rechtbank oordeelt met andere woorden dat de inspecteur niet voldoende heeft kunnen onderbouwen dat de zorginstelling kan worden aangemerkt als eigenbouwer. In deze specifieke casus is de zorginstelling dus niet aansprakelijk voor de openstaande loonbelastingschuld van het schoonmaakbedrijf. De inspecteur heeft dus niet voldoende beargumenteerde feiten kunnen overleggen om aan te tonen dat de zorginstelling in feite heeft opgetreden als eigenbouwer. Dit betekent evenwel dat  de kwalificatie als eigenbouwer zeker niet kan worden uitgesloten voor een instelling met een eigen vastgoedbedrijf dat een wezenlijke en normale functie heeft binnen de bedrijfsvoering van de betreffende ondernemer/instelling.  Omdat de onderhavige rechtszaak door de Belastingdienst is opgestart, merken wij op dat, nu deze inspecteur de zorginstelling wenst aan te merken als eigenbouwer en daarmee aansprakelijk stelt voor niet betaalde naheffingsaanslagen, dat er op kan duiden dat de Belastingdienst vaker dit standpunt gaat innemen.

Deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant is daarom naar onze mening een waarschuwing en goede aanleiding om nog eens kritisch naar de manier van contracteren en werken binnen het eigen vastgoedbedrijf te kijken. Wellicht kwalificeert jouw instelling onbewust als eigenbouwer en loop ook jij het risico om aansprakelijk gesteld te worden voor onbetaald gebleven loonbelasting van ingehuurde (schoonmaak)bedrijven.