Nieuwe spelregels internationaal opererende ondernemingen

Ondernemingen die internationaal actief zijn, zullen rekening moeten houden met nieuwe anti-misbruikwetgeving. Opvallend zijn de deelnemingsvrijstelling en de verrekenprijsdocumentatie. Gelukkig wordt het mkb bij die laatste maatregel een beetje ontzien.

Deelnemingsvrijstelling
Voor een Nederlandse vennootschap die buitenlandse dochters heeft die door de Nederlandse entiteit worden gefinancierd, moet voortaan onderzocht worden of die financiering in het buitenland leidt tot daadwerkelijke aftrek van de rente. Is dat het geval dan dient de opbrengst in Nederland belast te worden.

Tot 2016 is het nog zo dat die opbrengst onbelast blijft indien die lening, naar Nederlandse criteria beoordeeld, zoveel eigenschappen heeft van eigen vermogen dat die niet als een lening maar als kapitaal kan worden gekenschetst. Er is dan sprake van een double dip. Is de rente op een dergelijke hybride lening niet aftrekbaar, dan mag de opbrengst in Nederland onbelast blijven onder de deelnemingsvrijstelling. Jammer dat de wetgever deze gelegenheid niet te baat heeft genomen om de deelnemingsvrijstelling ook van toepassing te verklaren op situaties waarbij het gaat om een echte lening, maar waarbij, bijvoorbeeld door aftrekbeperkingen in het buitenland, die rente niet in aftrek is gekomen.

Voor Nederlandse vennootschappen die onderdeel uitmaken van een buitenlandse groep zal per 1 januari aanstaande gelden dat een houdstermaatschappij in dat buitenland in Nederland soms belastingplichtig wordt voor de vennootschapsbelasting vanwege haar deelneming in die Nederlandse entiteit. Dit is van toepassing indien het belang in de Nederlandse vennootschap wordt gehouden met als hoofddoel (of één van de hoofddoelen) het ontgaan van belastingheffing. Dit ziet op het ontgaan van belastingheffing bij vennootschappen lager in de keten.

Hierop wordt echter een uitzondering gemaakt als de houdstermaatschappij (dus de vennootschap die de Nederlandse entiteit houdt) een echte onderneming drijft, reële houdsterfuncties vervult of een zogenaamde schakelfunctie heeft binnen de groep. Nederland lijkt hiermee terug te grijpen op een besluit van de Staatssecretaris van 40 jaar geleden naar aanleiding van een oude zaak van de Hoge Raad. Hiermee is wel veel duidelijkheid gecreëerd.

Verrekenprijsdocumentatie
Als gevolg van OESO Action Plan 13 dienen ondernemingen voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016 een zogenaamd landenrapport op te stellen (country-by-country report). Dit rapport dient de houdstermaatschappij aan de top van de multinationale groep (hiervoor is een nieuwe term gecreerd: ‘uiteindelijkemoederentiteit’) binnen twaalf maanden na het einde van het boekjaar in te dienen. Het landenrapport wordt vervolgens door het betrokken land automatisch doorgestuurd naar alle landen die meedoen aan een automatische uitwisseling en waar de multinationale groep een vestiging heeft. Belastingdiensten kunnen hierdoor ‘efficiënter de risicoselectie voor verrekenprijzen’ uitvoeren. Het landenrapport bevat onder andere informatie over de wereldwijde fiscale winstverdeling en de per land betaalde winstbelasting. Tot deze winstbelastingen behoren ook de bronbelastingen betaald in de landen waarin de multinationale onderneming een vestiging heeft.

Naast de introductie van een verplichting tot het opstellen van een landenrapport, schrijft het OESO Action Plan 13 voor dat er een verplichting wordt opgenomen voor alle ondernemingen om een groepsdossier (master file) en een lokaal dossier (local file) op te stellen. De Belastingdienst kan deze informatie dan opvragen bij de lokale vestiging van de onderneming. In zo’n groepsdossier wordt een overzicht opgenomen van het verrekenprijsbeleid van de hele groep. In het lokale dossier worden vervolgens de intra-groeptransacties van de lokale vestiging met andere groepsentiteiten opgenomen. De verplichting om een groepsdossier en een lokaal dossier op te stellen, geldt in beginsel voor alle ondernemingen. Deze informatie mag zowel in het Nederlands als in het Engels worden opgesteld.

.. maar mkb ontzien
Om MKB-ondernemingen niet op te zadelen met meer administratieve lasten, wordt voor hen een uitzondering gemaakt op bovenstaande hoofdregel. De nieuwe documentatieregels gelden alleen voor ondernemingen met een omzet vanaf € 50 miljoen.

Zoek dichtstbijzijnde locatie

Vul uw plaats of postcode in om de dichtstbijzijnde locatie te vinden.