Loonbelasting / sociale verzekeringen

Fiscale behandeling personeelsleningen aangepast
Op 8 juni 2015 is de Fiscale Verzamelwet 2015 gepubliceerd. In de Fiscale Verzamelwet zijn wijzigingen in verschillende belastingwetten opgenomen. Het wetsvoorstel bevat voornamelijk technische en redactionele wijzigingen, maar ook enkele inhoudelijke wijzigingen. Een van die inhoudelijke wijzigingen is de fiscale behandeling van het rentevoordeel op leningen aan werknemers, de personeelslening.

Rentevoordeel huidige regeling
Als een werkgever een lening verstrekt aan een werknemer en de werknemer hoeft geen rente, of een lagere rente dan normaal, te betalen, dan is sprake van een voordeel voor de werknemer. Het voordeel is gelijk aan het verschil tussen de afgesproken rente, die ook nul kan zijn, en de rente, op een vergelijkbare lening, die in het economisch verkeer gebruikelijk is. Indien de lening door de werknemer wordt gebruikt voor de aankoop of verbetering van de eigen woning, dan mag op dit moment het rentevoordeel voor de werknemer op nihil worden gewaardeerd als de rente anders aftrekbaar zou zijn in de inkomstenbelasting.

Rentevoordeel voorgestelde regeling
Vanwege de stapsgewijze afbouw van de hypotheekrenteaftrek in de inkomstenbelasting, is besloten om de nihilwaardering van het rentevoordeel in de loonheffingen helemaal te laten vervallen. Daarnaast is het voortaan niet meer toegestaan het rentevoordeel als eindheffingsbestanddeel in de zin van de werkkostenregeling aan te wijzen. Dit betekent dat een rentevoordeel tot het individuele loon van de betreffende werknemer dient te worden gerekend. Het is toegestaan om, bijvoorbeeld bij wisselende rentepercentages, het in aanmerking te nemen rentevoordeel gelijkmatig over het jaar te verdelen. Dit geldt uiteraard niet als de werknemer feitelijk een marktconforme rente betaald! Dan is geen sprake van te belasten loon.

Wij adviseren u in geval van personeelsleningen te beoordelen of vanwege dit wetsvoorstel de fiscale behandeling moet worden aangepast. In veel gevallen is ook overleg met de werknemer wenselijk. Mocht u vragen hebben dan kunt u uiteraard contact opnemen met uw contactpersoon bij MTH of met een van onze loonheffingenspecialisten uit de Adviesgroep Personeel & Salaris.

Autobrief 2.0
Staatssecretaris Wiebes heeft op 19 juni jongstleden zijn Autobrief 2.0 naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze brief worden de plannen voor de autobelastingen in de jaren 2017 tot en met 2020 ontvouwd. Het gaat daarbij om de aanschafbelasting (bpm), de motorrijtuigenbelasting, de accijnzen en natuurlijk de bijtelling voor auto’s van de zaak. Het voorstel omvat onder andere een verlaging van de bpm (als opmaat naar de afschaffing van de bpm) en een verlaging van de motorrijtuigenbelasting. Maar ook het systeem van de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak zal worden gewijzigd.

Bijtelling 2015 en 2016
Voor het jaar 2016 had staatssecretaris Wiebes de bijtellingspercentages al vastgesteld. Er verdwijnen bijtellingspercentages en er komen nieuwe bijtellingspercentages bij.

In deze tabel zetten we de verschillen tussen 2015 en 2016 op een rij:

2015 2016 
CO2-uitstoot Bijtelling CO2-uitstoot Bijtelling
0 (volledig elektrisch) 4% 0 (volledig elektrisch) 4%
1-50 7% 1-50 15%
51-82 14% 51-106 21%
83-110 20% >106 25%
> 110 25%    

Voor auto’s die na 1 juli 2012 te naam zijn of worden gesteld geldt dat het bijtellingspercentage - zoals dat geldt bij de eerste ingebruikname van de auto - van toepassing blijft gedurende 60 maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de eerste ingebruikname. Voor auto’s die voor 1 juli 2012 op naam zijn gesteld geldt een overgangsregeling.

Bijtelling 2017 en verder
Voor de jaren 2017 en verder heeft staatssecretaris Wiebes een geleidelijk aanpassing van de bijtelling aangekondigd tot een percentage van 22. Daarbij wordt het aantal bijtellingscategorieën beperkt tot 2. Volelektrische auto’s worden gestimuleerd, terwijl de fiscale stimulering van plug-in hybridevoertuigen wordt verminderd.

De plannen laten zich als volgt weergeven:

 Bijtelling 0 gram / kmBijtelling 1-50 gram/kmBijtelling 51-106 gram/kmBijtelling >106 gram/km
2017 4% 18% 21% 25%
2018 4% 19% 21% 25%
2019 4% 22% 22% 22%
2020 4% 22% 22% 22%

Het huidige systeem is al langer een doorn in het oog van Den Haag. Het systeem wordt als oneerlijk beschouwd, omdat de bijtelling voor iemand die 1.000 kilometer privé rijdt gelijk is aan de bijtelling voor iemand die 20.000 kilometer privé rijdt (in een zelfde auto). Daarnaast wordt de markt verstoord door de fiscale prikkels die worden gegeven bij zuinige auto’s. Dat laatste zal door de nieuwe plannen in ieder geval minder worden, is de verwachting.

Voor de salarisadministratie wacht een aardige uituitdaging, waarbij eenzelfde merk en type auto tot wel 5 verschillende bijtellingspercentages kent, afhankelijk van de datum van tenaamstelling.

Zoek dichtstbijzijnde locatie

Vul uw plaats of postcode in om de dichtstbijzijnde locatie te vinden.