Medisch specialisten in 2015

Op 1 januari 2015 is de integrale bekostiging ingegaan, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de bedrijfsstructuur waarin medisch specialisten in 2015 werken. Veel medisch specialisten hebben per 1 januari 2015 een besloten vennootschap (BV) opgericht. Onlangs heeft de Belastingdienst eens standpunt ingenomen over het gebruikelijk loon dat specialisten minimaal in aanmerking moeten nemen in hun aangiften loonheffingen.

Gebruikelijk loon
Inkomen dat de medisch specialist uit zijn / haar BV haalt, kan de vorm hebben van loon voor verrichte werkzaamheden, of van dividend dat de BV uit haar winstreserves aan de medisch specialist als aandeelhouder uitkeert. Voor loon en dividend geldt een verschillend fiscaal regime. Loon wordt in box 1 van de inkomstenbelasting belast tegen een progressief tarief dat kan oplopen tot 52%. Dividend wordt belast in box 2, tegen een tarief van 25% (namelijk 15% dividendbelasting en 10% aanvullende inkomstenbelasting). Met het oog op fiscale optimalisatie is een mix van loon en dividend gunstiger dan een maximaal loon.

De vraag is hoe hoog dat loon moet zijn. Fiscaal gezien geniet de medisch specialist in de ideale situatie een zodanig salaris, dat het inkomen na aftrek van premie AOV, pensioenpremie, hypotheekrente, alimentatie en giften net niet in de 52%-schijf valt. De ondergrens van de 52%-schijf is in 2015 circa € 57.600. Aan het vaststellen van het loon is echter nog een ander aspect verbonden. En dat is de gebruikelijkloonregeling. Aan een aandeelhouder van een eigen BV schrijft de Wet op de loonbelasting voor dat hij niet een te laag salaris uit de BV mag genieten. De Belastingdienst zal het salaris koppelen aan salarissen van specialisten in loondienst (de vergelijkingsmethode, waarbij ruimte is voor een bepaalde marge). Een andere benadering is dat de Belastingdienst kijkt naar de mate waarin de winst van de BV door de arbeid van de medisch specialist wordt bepaald, aan de hand waarvan ze het loon naar boven toe kan bijstellen (de afroommethode, die aanvankelijk was voorgeschreven voor medisch specialisten, maar waar de fiscale rechter kritisch tegenover staat).

Om onzekerheid en geschillen zoveel mogelijk te voorkómen, heeft de Belastingdienst onlangs een model voor een vaststellingsovereenkomst gepubliceerd. Dat model kan worden gebruikt om afspraken te maken over het loon in 2015. De Belastingdienst bepaalt het gebruikelijk loon op vergelijkingsbasis op € 160.000, gebaseerd op een werkweek van 45 uren. Na toepassing van de doelmatigheidsmarge van 25% bedraagt het loon dan minimaal € 120.000. Dit loon dient de medisch specialist minimaal in aanmerking te nemen. Uiteraard mag de medisch specialist een hoger loon toepassen. Naarmate de medisch specialist meer of minder uren per week werkzaam is, wordt het gebruikelijk loon omhoog, dan wel omlaag aangepast.

De Belastingdienst heeft een aantal elementen aan de overeenkomst toegevoegd, namelijk met betrekking tot de pensioenpremie en de maximale stand van de rekening-courantschuld aan de BV. De aan SPMS betaalde pensioenpremie is aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting. En er is een maximum gesteld aan de rekening-courantpositie per ultimo 2015. Voor zover deze de grens van €17.500 overschrijdt, wordt het meerdere in 2016 als dividend aangemerkt. Let wel: geldleningen waarmee een vermogensbestanddeel is gefinancierd - denk aan de eigen woning, de tweede woning en beleggingen - vallen niet onder deze regeling. Daarbij wordt aangetekend dat geldleningen onder zakelijke voorwaarden moeten zijn aangegaan en afzonderlijk worden vastgelegd en geadministreerd.

De opstelling van de Belastingdienst ten aanzien van het gebruikelijk loon pakt voor veel medisch specialisten gunstig uit. Wenst u zekerheid door middel van afstemming met de Belastingdienst, en accepteert u de voorwaarden ten aanzien van de maximale rekening-courantstand, dan adviseren wij u op basis van de model vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst afspraken te maken. Wij zijn u hierbij graag van dienst.

In 2015 toch ondernemerschap voor medisch specialist?
Door de invoering van de integrale bekostiging is het declaratierecht bij het ziekenhuis komt te liggen en moet de vrijgevestigde medisch specialist met het ziekenhuis afspraken maken over de hoogte en de wijze van zijn beloning. Van de zijde van de overheid is telkens benadrukt dat de vrijgevestigde medisch specialist door het wegvallen van het debiteurenrisico niet langer ondernemer is in de zin van de inkomstenbelasting en derhalve niet langer recht heeft op fiscale faciliteiten die met dat ondernemerschap verbonden zijn. Te denken valt aan de zelfstandigenaftrek, de investeringsaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Het ondernemerschap is veiliggesteld door constructies waarbij de medisch specialist via een eigen personal holding-BV participeert in een coöperatie, maar ook dan is het fiscale voordeel in inkomstenbelasting verdwenen.

Recentelijk heeft de Belastingdienst te Hoorn een sterk afwijkende standpuntbepaling afgegeven, die de nodige ophef heeft te weeg gebracht. Een adviseur had de Belastingdienst namelijk gevraagd om het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting van een vrijgevestigde medisch specialist in maatschapsverband te toetsen. Medio april 2015 deelde Belastingdienst mee de specialist in kwestie ook na invoering van de integrale bekostiging toch fiscaal als zelfstandig ondernemer kon functioneren. Saillant detail is dat de betreffende inspecteur behoort tot het Landelijk Coördinatie Team binnen de Belastingdienst dat zich bezighoudt met medisch specialisten, wat meer gewicht aan de standpuntbepaling geeft dan wanneer een willekeurige andere inspecteur zich had uitgesproken. Het debiteurenrisico is slechts één criterium. Voor de beoordeling van het zelfstandig ondernemerschap zijn ook de andere criteria van belang, die met elkaar kunnen maken dat tóch sprake is van zelfstandig ondernemerschap voor de inkomstenbelasting. Bovendien wordt in de inkomstenbelasting onder onderneming mede verstaan het zelfstandig uitgeoefende beroep en onder ondernemer de beoefenaar van een zelfstandig beroep. Op grond van de tekst van de wet is de medisch specialist als vrije beroepsbeoefenaar per definitie fiscaal ondernemer, ook als niet of nauwelijks debiteurenrisico wordt gelopen.

De kwestie heeft de aandacht van de Tweede Kamer getrokken. Op vragen van de Tweede-Kamerleden Bruins Slot en Omtzigt heeft minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bevestigd dat de medisch specialist in fiscale zin ondernemer kan blijven, ook bij voortzetting van het maatschapsmodel van vóór 2015. Vanzelfsprekend is het ondernemerschap echter niet; ook in 2015 moet naar haar mening zijn voldaan aan de fiscale criteria. Op bovengenoemde uitbreiding van het ondernemersbegrip met de beoefenaar van een zelfstandig beroep, gaat ze niet in.

Uit fiscaal oogpunt gezien had de structuur van vóór 2015 dus gehandhaafd kunnen blijven. Uiteraard is de fiscaliteit maar één aspect dat van betekenis is bij de manier waarop een ziekenhuis is georganiseerd. Andere motieven kunnen de keus voor een coöperatie waarin de medisch specialisten via hun personal holding-BV participeren, blijven rechtvaardigen. In situaties waarin de keus voor een coöperatie voornamelijk door fiscale motieven is ingegeven, blijkt nu dat de herstructurering niet nodig was geweest en kan worden overwogen om terug te keren naar de oude structuur. Vanzelfsprekend dient de nodige zorgvuldigheid te worden betracht.

Zoek dichtstbijzijnde locatie

Vul uw plaats of postcode in om de dichtstbijzijnde locatie te vinden.