Einde overgangstermijn nieuwe regeling oninbare debiteuren

  • 29 januari 18


Per 1 januari 2017 is een nieuwe regeling voor de btw teruggaaf op oninbare vorderingen van kracht geworden. Kort gezegd komt het erop neer dat bij wetsfictie een vordering geacht wordt oninbaar te zijn uiterlijk een jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden. Echter, het algemene uitgangspunt blijft dat de btw op oninbare vordering moet worden verantwoord in het tijdvak dat sprake is van definitieve oninbaarheid. Echter, in de praktijk is dat tijdstip vaak moeilijk vast te stellen. Voor vorderingen die zijn ontstaan vóór 1 januari 2017 is voorzien in overgangsrecht. Deze overgangstermijn loopt af op 1 januari 2018. Hieronder lees je welke gevolgen dit voor jou kan hebben.

Op basis van de nieuwe regeling ontstaat in ieder geval recht op teruggaaf van btw als de vordering uiterlijk 1 jaar nadat deze opeisbaar is geworden nog niet is voldaan. Vorderingen die vóór 1 januari 2017 al bestonden, vallen mogelijk (hoezo mogelijk?) onder het overgangsrecht.

De overgangsregeling bepaalt dat vorderingen van voor 1 januari 2017 geacht worden per 1 januari 2018 oninbaar te zijn. De teruggaaf van de btw over deze vorderingen moet daarom verzocht worden bij de eerste aangifte in 2018. De btw op de oninbare vordering wordt in de aangifte verwerkt als btw die de ondernemer in aftrek kan brengen. Als dit niet in die aangifte gebeurt, kan de Belastingdienst de teruggaaf weigeren.

Het is mogelijk dat voor deze categorie vorderingen de oninbaarheid al eerder definitief vast is komen te staan (bijvoorbeeld uitdelingslijst curator). In dat geval had om teruggaaf verzocht moeten worden in het tijdvak waarin de vordering definitief als oninbaar aangemerkt moet worden.

Wat te doen?
1. Neem de debiteurenlijst van vóór 1 januari 2017 door
2. Bepaal of deze debiteuren geheel of gedeeltelijk definitief oninbaar zijn geworden voor 1 januari 2018
3. Als dat niet het geval is dan dien je de btw op deze oninbare debiteuren mee te nemen in de eerste aangifte over 2018. Dat wil zeggen voor de maandaangevers over januari 2018 (uiterlijk eind februari 2018 in te dienen); voor de kwartaalaangevers over het eerste kwartaal 2018 (uiterlijk eind april in te dienen)

Hoewel niet het onderwerp van dit memo, vragen wij ook de aandacht voor eventueel door jou niet betaalde crediteuren. Op basis van de nieuwe regels geldt ook hier dat je de btw op niet betaalde crediteuren uiterlijk een jaar na opeisbaar worden dient terug te betalen aan de Belastingdienst. Dus heb je een factuur - die opeisbaar is geworden in januari 2017 - niet betaald, dan dien je de afgetrokken btw te corrigeren in het eerste aangiftetijdvak over 2018. Voor wat betreft crediteuren van voor 1 januari 2017 had de correctie moeten plaatsvinden over het eerste aangiftetijdvak 2018.

Mocht je naar aanleiding van dit bericht vragen hebben, dan kun je uiteraard contact opnemen met je contactpersoon binnen mth of een van de adviseurs omzetbelasting van mth.

drs. Teunis van den Berg - t.vanden.berg@mth.nl
Jaap Wisse - j.wisse@mth.nl
mr. Joost Severs - j.severs@mth.nl
mr. Jan-Willem van Schaik - jw.van.schaik@mth.nl