Paniek in B.V.-land/ voorkomen is beter dan genezen.. Lening of dividend?

  • 12 februari 19


Hele rekeningcourantschuld van een directeur-grootaandeelhouder werd als uitdeling aangemerkt


Een plastisch chirurg had geld geleend van zijn eigen B.V. ten behoeve van zijn eigen woning. In totaal een bedrag van circa € 225.000. Daarnaast had hij, in rekeningcourant, geld geleend van zijn eigen B.V. De rekeningcourantschuld die hierdoor was ontstaan bedroeg op een bepaald moment circa € 580.000. Ten tijde van het indienden van de aangifte inkomstenbelasting was de schuld gestegen met een nog eens een bedrag van € 220.000, waardoor de totale rekeningcourantschuld inmiddels was opgelopen tot een bedrag van € 800.000.

Over de rekeningcourantschuld waren geen schriftelijke afspraken gemaakt. Er was niet vastgelegd wat het kredietplafond was, de hoogte van de rente stond niet vast, er was geen aflossingsschema opgemaakt en tot slot waren er geen zekerheden bedongen. De chirurg kon ook geen zekerheden bieden, omdat op zijn eigen woning al een zware hypotheek van € 850.000 rustte. De financiële privé-positie van de chirurg bood evenmin verhaalsmogelijkheden. Er was geen mogelijkheid om de jaarlijks verschuldigde rente en aflossing over de rekeningcourantschuld te voldoen. De rente werd hierdoor jaarlijks bijgeboekt bij de hoofdsom, waardoor de schuld nog sneller in omvang toenam. De B.V. zelf beschikt over voldoende winstreserves.

De inspecteur besloot de totale rekeningcourantschuld aan te merken als dividend voor de plastisch chirurg. De chirurg bepleitte dat slechts de aangroei van de rekeningcourant-schuld in het betreffende jaar als een uitdeling moet worden aangemerkt.

De rechtbank gaat hierin niet mee. De rechtbank acht aannemelijk dat de opgenomen gelden blijvend aan de B.V. zijn onttrokken. Er is volgens de rechtbank een situatie ontstaan waarin de schuld van de chirurg aan zijn B.V. niet zal worden afgelost. De gehele schuld ter grootte van € 800.000 werd als dividend aangemerkt. De opgelegde boete werd vanwege het overschrijden van de redelijke termijn verminderd van € 100.000 naar € 95.000.

Het belang van een schriftelijke overeenkomst is hiermee eens en te meer aangetoond. Wij helpen je graag!