Nieuwsberichten oktober

1. Verlaging vennootschapsbelasting, stijging box 2-tarief
Zoals verwacht, gaan de tarieven voor de Vpb vanaf volgend jaar omlaag en dalen verder in 2020 en 2021. Het tarief in box 2 gaat juist omhoog, zij het minder dan aanvankelijk werd aangekondigd in het regeerakkoord. De wijzigingen moeten nog door het parlement worden goedgekeurd en kunnen nog veranderen.

  Ontwikkeling vennootschapsbelasting (Vpb) 
  2018 2019 2020 2021

Winsten tot
€ 200.000

20% 19% 17,5% 16%
Winsten > € 200.000 25% 24,3% 23,9% 22,25%

Het tarief in box 2 van de inkomstenbelasting wordt in 2020 en 2021 verhoogd, zij het minder dan aangekondigd. Dit heeft te maken met de geringere daling van de Vpb-tarieven. Het box 2-tarief geldt voor uitgedeelde winst van de bv, dividend en opgepotte winst bij verkoop van de bv. Het tarief bedraagt nu 25%. Vanaf 2020 geldt een tarief van 26,25% en vanaf 2021 een tarief van 26,9%.

2. Hypotheekrenteaftrek na 2019 fors omlaag
De hypotheekrente is volgend jaar, 2019, nog maximaal aftrekbaar tegen een tarief van 49%. Dit is een half procentpunt minder dan het nu geldende tarief van 49,5%. Na 2019 gaat de afbouw met 3%-punt per jaar behoorlijk in de versnelling. De versnelde afbouw betekent dat het maximale percentage waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken, uitkomt op 37,05% in 2023. In 2020 is de eerste vermindering met 3%-punt naar 46%, in 2021 de tweede naar 43%, in 2022 de derde naar 40% en uiteindelijk de laatste vermindering in 2023 naar 37,05%.

Let op!
De bijtelling vanwege het privégebruik van de eigen woning, het eigenwoningforfait, blijft wel belast tegen een maximumtarief van 51,75% in 2019.

3. Meer partnerverlof bij geboorte kind
Partners krijgen vanaf volgend jaar, 2019, bij de geboorte van een kind meer verlof. Het verlof, dat voor werknemers nu nog twee dagen bedraagt, wordt in 2019 verlengd naar één week. De kosten voor dit extra verlof komen voor rekening van de werkgever. De Tweede Kamer heeft hierover een akkoord bereikt. Partners kunnen vanaf 1 juli 2020 nog meer verlof krijgen bij de geboorte van een kind. In totaal gaat het dan om vijf extra weken, zodat het totale verlof maximaal zes weken kan bedragen. Gedurende de vijf extra weken verlof heeft de partner recht op een uitkering van het UWV ter grootte van 70% van het loon. De nieuwe wet geldt niet voor zzp’ers.

4. De 30%-regeling wordt drie jaar korter
Werkgevers die bepaalde, uit het buitenland afkomstige, werknemers in dienst nemen, mogen vanaf volgend jaar nog maar gedurende maximaal vijf jaar gebruikmaken van de zogenaamde 30%-regeling. Dit is nu nog acht jaar.

De regeling houdt kortweg in dat een werkgever 30% van het salaris van de betreffende werknemer belastingvrij mag uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten van de buitenlandse werknemer. Een hoger percentage mag ook, mits aannemelijk wordt gemaakt dat de kosten ook hoger zijn. Om de regeling toe te mogen passen, moet in ieder geval sprake zijn van een specifieke deskundigheid. Dit is onder meer het geval als het salaris, exclusief de belastingvrije vergoeding, in 2018 minstens € 37.296 bedraagt. Ook moet de werknemer voordat hij bij de Nederlandse werkgever in dienst trad, op minstens 150 km afstand van Nederland hebben gewoond.
De nieuwe termijn van maximaal vijf jaar kent geen overgangsregeling. Dit betekent dat ook voor bestaande gevallen vanaf 1 januari 2019 een maximale termijn van vijf jaar geldt.

Aan de betreffende werknemers kunnen, naast de onbelaste uitbetaling van 30% van het loon, ook de kosten van schoolgelden voor internationale scholen worden vergoed. Hiervoor gaat wel een overgangsregeling gelden voor het schooljaar 2018/2019.

5. Iets meer belasting op grote vermogens
In box 3 betaal je belasting over je vermogen. De wijzigingen voor volgend jaar zijn gering ten opzichte van dit jaar, maar pakken voor grotere vermogens negatief uit. Over een belastbaar vermogen tot € 71.650 betaal je in 2019 iets minder belasting dan nu. Het vermogen boven deze grens wordt juist iets zwaarder belast. Er wordt in box 3 belasting geheven over een verondersteld rendement. Of dit ook behaald wordt, is niet relevant. Bij sparen wordt in 2019 uitgegaan van een opbrengst van 0,13%, bij beleggen van 5,6%. Dit jaar is dat 0,36% en 5,38%. Bij een vermogen van € 2 miljoen heb je volgend jaar een belastbaar vermogen van € 1.969.640. Hierover betaal je € 29.138 belasting. Dit jaar betaal je € 28.224, ofwel € 914 minder.

Let op!
Het belastbaar bedrag van € 71.650 wordt verdubbeld voor degenen met een partner. Bovendien is een vermogen van € 30.360 vrijgesteld. Ook hier geldt voor degenen met een partner het dubbele bedrag.

6. Algemene heffings- en arbeidskorting omhoog
Met ingang van 2019 wordt de algemene heffingskorting voor inkomens tot € 50.000 per jaar verhoogd. Ook gaat de arbeidskorting omhoog voor werkenden die tussen de € 20.000 en € 60.000 per jaar verdienen.

De algemene heffingskorting gaat met € 358 omhoog over een periode van drie jaar. In 2019 vindt de eerste verhoging plaats met € 212 en de heffingskorting gaat daardoor maximaal € 2.477 bedragen.

De verhoging is gunstig voor met name lager betaalden. De algemene heffingskorting neemt namelijk af vanaf de tweede tariefschijf in de loon- en inkomstenbelasting, zo’n € 20.000. Inkomens vanaf de hoogste tariefschijf hebben geen recht meer op de algemene heffingskorting.

Om ook voor inkomens vanaf zo’n € 20.000 koopkrachtverbetering te bereiken, wordt naast een lager tarief van de tweede schijf in de loon- en inkomstenbelasting dus tevens de arbeidskorting verhoogd. Tot 2021 met maximaal € 365, waarvan in 2019 al maximaal € 150.

Het bovenstaande pakt gunstig uit voor de meeste parttimers, zoals scholieren en studenten. Alleen al door de algemene heffingskorting hoeft volgend jaar tot een inkomen van € 6.758 geen belasting te worden betaald.
Nu is dat bijna € 6.200. Naast bovenstaande plannen wordt ook de ouderenkorting fors verhoogd, met € 178 in 2019.

Zoek dichtstbijzijnde locatie

Vul een plaats of postcode in om de dichtstbijzijnde locatie te vinden.