Tips voor ondernemers en rechtspersonen

14. Werk volgens een modelovereenkomst
Als u een derde inhuurt voor het verlenen van diensten, kunt u via een zogenaamde modelovereenkomst zekerheid krijgen over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking. Maakt u gebruik van een modelovereenkomst, dan heeft u alleen vrijwaring als ook daadwerkelijk volgens die overeenkomst wordt gewerkt. Wordt in de praktijk afwijkend gewerkt, dan vervalt de vrijwaring en kan de Belastingdienst alsnog op dat moment beoordelen of wel of niet sprake is van een dienstbetrekking.

De Belastingdienst heeft echter aangegeven dat er in beginsel tot 1 juli 2018 niet wordt nagegeven en beboet als er achteraf sprake blijkt te zijn van een dienstbetrekking en de opdrachtgever geen loonheffing en premies heeft ingehouden. Dit zal alleen anders zijn als er sprake is van fraude.

Let op!
Het kabinet Rutte III heeft bekendgemaakt de wet die aan de modelovereenkomst ten grondslag ligt, weer te willen vervangen. Deze in 2016 ingevoerde wet ter vervanging van de VAR (verklaring arbeidsrelatie) zorgt voor te veel onzekerheid en onrust onder zzp’ers en hun opdrachtgevers. In plaats daarvan komt er een nieuwe wet, die opdrachtgevers en echte zzp’ers de zekerheid geeft dat geen sprake is van een dienstbetrekking. In de tussentijd blijft de handhaving van de Wet DBA opgeschort. Als de plannen doorgaan dus ook ná 1 juli 2018.

15. Optimaliseer uw investeringsaftrek
Als u in 2017 voor meer dan € 2.300 investeert in bedrijfsmiddelen, heeft u recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Deze aftrek geldt voor investeringen tussen de € 2.300 en € 312.176. Investeert u niet meer dan € 2.300? Dan kan het een overweging zijn om nog voor het eind van het jaar een investering te doen. Dreigt u het maximum van € 312.176 te overschrijden, dan kan het raadzaam zijn een deel van uw investeringen uit te stellen naar 2018.

Tip:
Het kan ook lonen om grote investeringen te spreiden over meerdere jaren. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek neemt namelijk af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt. Zo levert een investering van € 100.000 in 2017 € 15.734 aan kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op. Spreidt u de investering echter over 2017 en 2018 en investeert u dan ieder jaar € 50.000, dan levert dit € 28.000 aan kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op.

Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook uitgesloten zijn bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.

16. Betaal een nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel
Heeft u geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel en dit bedrijfsmiddel nog niet in gebruik genomen en ook nog niet betaald, betaal dit jaar dan nog minstens een bedrag even groot als het bedrag van de investeringsaftrek. Doet u dit niet, dan krijgt u dit jaar de investeringsaftrek niet uitbetaald en wordt deze doorgeschoven naar volgende jaren. Bij een nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel krijgt u dit jaar dus maximaal het bedrag dat u betaald heeft aan investeringsaftrek.

Tip:
Heeft u onvoldoende financiële middelen, dan kan een lening ook uitkomst bieden. U kunt uw belastingteruggave desnoods cederen of verpanden aan uw bank. Sluit u de lening af bij de leverancier van het bedrijfsmiddel, dan is cederen of verpanden niet toegestaan. Een lening bij de leverancier wordt tussen onafhankelijke derden niet als schijnhandeling aangemerkt. Ook niet als deze renteloos is.

Let op!
Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen 12 maanden na aankoop van het bedrijfsmiddel. Doet u dit niet, dan komt de hele investeringsaftrek te vervallen.

17. Maximeer investeringsaftrek bij gebruik herinvesteringsreserve
Als u een bedrijfsmiddel met boekwinst verkoopt, kunt u de boekwinst reserveren als herinvesteringsreserve. Bij latere aankoop van een ander bedrijfsmiddel, kunt u de herinvesteringsreserve hierop afboeken. Zodoende hoeft u de boekwinst niet ineens af te rekenen.

Tip:
Voor de bepaling van de investeringsaftrek is echter geregeld dat u mag kiezen of u met een afgeboekte herinvesteringsreserve rekening wenst te houden. U mag dit zelfs per bedrijfsmiddel aangeven. Op deze manier kunt u er binnen zekere grenzen een maximale investeringsaftrek uitslepen.

Let op!
Als u voor een bedrijfsmiddel ook de milieu- of energie-investeringsaftrek (MIA/EIA) krijgt, moet u voor deze aftrekken wel uitgaan van hetzelfde bedrag. Een hogere investeringsaftrek door afboeking van de herinvesteringsreserve kan dan dus een lagere MIA of EIA opleveren.

18. Stel uw desinvestering uit tot volgend jaar
Heeft u in de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of stoot u het bedrijfsmiddel af, dan krijgt u mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor u een gedeelte van de aftrek weer moet terugbetalen. Houd hier rekening mee.

Tip:
Heeft u in 2013 geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel en hiervoor investeringsaftrek genoten, dan loopt de desinvesteringstermijn af op 31 december 2017. Voor dit bedrijfsmiddel loont het de moeite om de desinvestering uit te stellen tot 2018. U voorkomt daarmee een desinvesteringsbijtelling.

Voor investeringen in 2012 en voorgaande jaren is de desinvesteringstermijn in 2017 al verlopen. Deze bedrijfsmiddelen kunt u ook in 2017 al desinvesteren zonder dat u te maken krijgt met een desinvesteringsbijtelling. Voor investeringen in 2014 en latere jaren verloopt de desinvesteringstermijn op zijn vroegst pas in 2019.

Tip:
Wilt u desinvesteringsbijtellingen zo veel mogelijk voorkomen, dan is het raadzaam bedrijfsmiddelen zo vroeg mogelijk in het jaar aan te schaffen. De bijtelling is namelijk alleen van toepassing als de vervreemding plaatsvindt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin de investering heeft plaatsgevonden.

Let op!
De bijtelling wordt maximaal berekend over het investeringsbedrag voor zover daarover investeringsaftrek in aanmerking is genomen.

19. Vorm een herinvesteringsreserve voor een verkocht bedrijfsmiddel
Heeft u een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, dan kunt u de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve. Voorwaarde is dat u een vervangingsvoornemen heeft en houdt. U kunt de herinvesteringsreserve maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht, in stand houden. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan kunt u de herinvesteringsreserve afboeken op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel.

Tip:
Stelt u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan bijvoorbeeld uw bv? Dan mag u als terbeschikkingsteller ook een herinvesteringsreserve vormen.

20. Laat uw herinvesteringsreserve niet verlopen
Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een herinvesteringsreserve die u in 2014 gevormd heeft, moet u nog vóór 31 december 2017 benutten. Doet u dat niet, dan valt de herinvesteringsreserve vrij en bent u belasting verschuldigd. Investeer daarom op tijd!

Let op!
Op de termijn van drie jaar waarbinnen u moet herinvesteren, bestaan twee uitzonderingen. De eerste is als vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor diverse vergunningen nodig zijn. De tweede uitzondering is van toepassing als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aankoop is vertraagd. Er moet in dat geval wel op zijn minst een begin van uitvoering met de aankoop gemaakt zijn. Ook zult u de vertragende factoren desgewenst aannemelijk moeten maken.

21. Voorkom verliesverdamping
Beoordeel of uw ondernemingsverlies uit het verleden nog tijdig kan worden verrekend. U kunt namelijk in de vennootschapsbelasting uw verlies alleen verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Uw ondernemingsverlies in de inkomstenbelasting kunt u verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Tip:
Dreigt uw verlies uit het verleden verloren te gaan vanwege het verlopen van de termijn? Beoordeel dan of er mogelijkheden zijn om uw winst dit jaar te verhogen. U kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzetten eerder realiseren. Een in januari geplande verkoop van een bedrijfsmiddel wordt dan wellicht in december extra aantrekkelijk. Overleg met uw adviseur over de mogelijkheden.

Let op!
Heeft u in 2009, 2010 of 2011 gebruikgemaakt van de verruimde verliesverrekening, dan bedraagt uw voorwaartse verliesverrekening maximaal zes in plaats van negen jaar. Een openstaand verlies uit 2009 of 2010 is dan al verloren gegaan. Een openstaand verlies uit 2011 kan dan alleen nog met een winst in 2017 verrekend worden en zal daarna verloren gaan.

Let op!
Het Kabinet Rutte III heeft aangekondigd de termijn van voorwaartse verliesverrekening voor de vennootschapsbelasting te willen terugbrengen naar zes jaar in plaats van de huidige negen jaar. Het is nog niet duidelijk wanneer de beperking wordt ingevoerd en of er eventueel een overgangsregeling komt. Volgens de plannen blijft de verliesverrekening voor ondernemers in de inkomstenbelasting ongewijzigd.

22. Vraag een voorlopige verliesverrekening aan
Heeft u in 2016 winst behaald, maar sluit u 2017 vermoedelijk af met een verlies? Dan kunt u de Belastingdienst na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2017 verzoeken om een voorlopige verliesverrekening. De Belastingdienst zal dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies verrekenen met de winst van 2016.

Let op!
Een voorlopige verliesverrekening levert u een liquiditeitsvoordeel op, want u kunt sneller beschikken over een deel van het nog terug te verwachten belastinggeld. De voorlopige verliesverrekening wordt naderhand verrekend met de definitieve verliesverrekening.

23. Beoordeel de hoogte van uw winst
Aan het eind van het jaar heeft u meer duidelijkheid over uw winstpositie. Beoordeel of uw winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht overschrijdt u net de belastingschijf in de vennootschapsbelasting van € 200.000. Hierboven bedraagt de belasting 25% in plaats van 20%. Of komt u in de inkomstenbelasting in het hoogste tarief? Het kan dan aantrekkelijk zijn om uw winst te verlagen door bijvoorbeeld een geplande investering over 2018 naar voren te halen. Houd hierbij wel rekening met de invloed die dit heeft op uw totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Tip:
Wijkt uw winst af, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag aan. Hiermee voorkomt u de hoge belastingrente of, bij een teruggave, voorkomt u dat uw geld renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.

24. Pas de KOR dit jaar nog toe
Indien u op jaarbasis maximaal € 1.883 aan btw (na aftrek van voorbelasting) verschuldigd bent, komt u in aanmerking voor de kleineondernemersregeling (KOR). In dat geval hoeft u een deel van de btw niet te voldoen. Er geldt zelfs een vermindering van 100% indien u op jaarbasis niet meer dan
€ 1.345 aan btw verschuldigd bent. Ga daarom na of u de KOR kunt toepassen.

25. Houd de herzieningstermijn in de gaten
Heeft u in de afgelopen tien jaar een onroerende zaak met btw aangeschaft, let er dan op dat de in aftrek gebrachte btw in het aanschafjaar en de negen opvolgende jaren in bepaalde gevallen moet worden gecorrigeerd. Dit is het geval als de verhouding van het gebruik van de onroerende zaak voor btw-belaste versus btw-vrijgestelde prestaties is gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarvan u uitging op het moment van aanschaf. Dit heeft tot gevolg dat u mogelijk btw moet terugbetalen of terugkrijgt van de Belastingdienst. Deze herzienings-btw geeft u op in de laatste btw-aangifte van het jaar. Uw adviseur kan u hierover meer vertellen.

Let op!
Ook voor roerende zaken waarop wordt afgeschreven of waarop kan worden afgeschreven, geldt een herzieningstermijn. De termijn hiervoor bedraagt echter vier jaar na het jaar van ingebruikname.

26. Vergeet btw privégebruik auto niet in uw laatste btw-aangifte
Voor auto’s van de zaak die ook privé gebruikt worden, moet in de laatste btw-aangifte van het jaar btw over het privégebruik betaald worden. Daar staat tegenover dat u door het jaar heen de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik van een zakelijke auto kunt aftrekken, voor zover de auto wordt gebruikt voor belaste omzet.

Voor het btw privégebruik kunt u gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip:
Voor de auto die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot uw bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u voor de berekening van het privégebruik eveneens uitgaan van 1,5%.

Let op!
U hoeft geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. U mag namelijk ook btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. U moet dan wel een registratie van de gereden kilometers bijhouden. Houd er wel rekening mee dat in dit geval woon-werkverkeer als privé wordt gezien.

Tip:
De niet-aftrekbare btw in verband met het privégebruik is een kostenpost voor uw bedrijf en dus aftrekbaar van de winst. Vergeet deze niet!

27. Beperking afschrijving gebouwen
Het Kabinet Rutte III is voornemens de afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting met ingang van 2019 te beperken tot 100% van de WOZ-waarde, in plaats van 50% van de WOZ-waarde nu.

Tip:
Houd rekening met deze beperking als u hierdoor vanaf 2019 in de vennootschapsbelasting niet meer op uw gebouw kunt afschrijven of van plan bent een gebouw voor eigen gebruik aan te schaffen. De beperking betekent dat een gebouw in eigen gebruik in relatie tot een huurpand duurder wordt.

28. WBSO mogelijk omlaag in 2018
De voordeelpercentages voor de WBSO gaan waarschijnlijk omlaag per 1 januari 2018. In 2016 is het WBSO-budget namelijk overschreden en dat betekent een aanpassing voor volgend jaar. De WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) is een van de belangrijkste fiscale stimuleringsregelingen voor innovatie. Hiermee kunnen bedrijven hun loonkosten voor Speur & Ontwikkelingswerk (S&O) en andere S&O-gerelateerde kosten en uitgaven verlagen. Bedrijven dragen hierdoor minder loonheffing af en de zelfstandig ondernemer krijgt een vaste aftrek (S&O-aftrek).
De S&O-afdrachtvermindering bedraagt in 2017 32% van de totaal gemaakte S&O-(loon)kosten en uitgaven voor zover deze niet meer bedragen dan € 350.000 en 16% over het meerdere. De S&O-aftrek voor de ondernemer bedraagt in 2017 € 12.522. Voor startende werkgevers en zelfstandige ondernemers is het voordeel zelfs nog iets meer.

Let op!
Waarschijnlijk gaan de voordeelpercentages van de S&O-afdrachtvermindering volgend jaar omlaag van 32% en 16% naar respectievelijk 31% en 14%.

29. Maak plaats in uw archief
Als ondernemer bent u verplicht een administratie te voeren. Alle onderdelen hiervan dient u minstens zeven jaar te bewaren. Voor de btw is de bewaarplicht soms zelf tien jaar, bijvoorbeeld voor gebouwen.

Tip:
De administratie uit 2010 kunt u ná 2017 laten vernietigen, op genoemde uitzonderingen na.

Zoek dichtstbijzijnde locatie

Vul uw plaats of postcode in om de dichtstbijzijnde locatie te vinden.